Wie chemisch naar vitamines kijkt, ziet een ware ratjetoe van
stoffen met velerlei functies. Hun enige overeenkomst is dat
ze organisch zijn én onmisbaar voor ons lichaam. De meeste
vitamines moeten we eten. Ze zitten vooral in fruit en groenten,
maar ook in brood en aardappelen. Voor het ‘buitenbeentje’
vitamine B12 moet vlees, vis, ei of melk op het menu staan,
vitamine D produceren we zelf onder invloed van zonlicht.
De eerste vitaminepillen werden gemaakt door vitamines
uit voedsel te isoleren. Vitamine C bijvoorbeeld kwam uit
sinaasappels en citroenen. Maar al snel werden de verbindingen
chemisch bereid, omdat dat veel efficiënter is.
Tegenwoordig zetten fabrikanten steeds vaker schimmels,
algen of bacteriën aan het werk.
In deze Chemische Feitelijkheid
• De Context: De zin en onzin van vitaminepillen.
Geldverspilling, of goed tegen kanker?
• De Basis: Wat voor stoffen zijn vitamines eigenlijk? En
waarom bestaat er geen vitamine B4?
• De Diepte: Vitamine C komt tegenwoordig vaak uit China,
waar ijverige bacteriën het synthetiseren. |
![]()
Een abonnement op hét actuele naslagwerk over chemie en aanverwante vakgebieden? In iedere editie behandelt Chemische Feitelijkheden de nieuwste inzichten over een actueel thema rond moleculen, mensen, materialen en milieu.
De Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging is de beroepsvereniging van en voor mensen die werkzaam zijn of studeren in de chemie, life sciences en procestechnologie. De KNCV wil een schakel zijn tussen bedrijven en mensen. Zie voor meer info: www.kncv.nl.
© 2008 Bèta Publishers