Die vraag valt niet eenduidig te beantwoorden, want er moet
nog veel wetenschappelijk onderzoek gedaan worden naar
fytogeneesmiddelen. Zo lopen de meningen over de gezondheidseffecten
van de plantaardige extracten nog uiteen. Dat
ligt grotendeels aan de complexe samenstelling en aan het
gebrek aan controle daarop. Bovendien bestaat er nog te
weinig inzicht in de precieze werking van de verschillende
componenten, de bijwerkingen en de wisselwerking met
andere geneesmiddelen. Een uitzondering is misschien
sint-janskruid, dat zelfs in Nederland mogelijk als regulier
medicijn geaccepteerd gaat worden.
Een ding is zeker: onder wetenschappers groeit de belangstelling
voor kruidengeneeskunde. Met de modernste rekenmethoden
en analysetechnieken proberen onderzoekers de
complexiteit van fytotherapeutica onder de knie te krijgen.
In deze Chemische Feitelijkheid
• De Context: Wat zijn fytotherapeutica? Wat is hun
oorsprong en hoe werken ze?
• De Basis: Het meest onderzochte en geprezen plantenextract:
sint-janskruid. Ook wel ‘Gods eigen Prozac’ genoemd.
• De Diepte: Hoe wetenschappers systeembiologie en bioinformatica
inzetten om de werking van fytomedicijnen te
onderzoeken en te onderbouwen. |
![]()
Een abonnement op hét actuele naslagwerk over chemie en aanverwante vakgebieden? In iedere editie behandelt Chemische Feitelijkheden de nieuwste inzichten over een actueel thema rond moleculen, mensen, materialen en milieu.
De Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging is de beroepsvereniging van en voor mensen die werkzaam zijn of studeren in de chemie, life sciences en procestechnologie. De KNCV wil een schakel zijn tussen bedrijven en mensen. Zie voor meer info: www.kncv.nl.
© 2008 Bèta Publishers